Buiten het dorp loopt een weidepad tussen veeweiden en moerassige grasgrond. Er volgen kleine bospercelen, dan weer weidepaden en op een gegeven moment ben je in het bos onderweg richting Felsenberg. Daar bevinden zich Lohheckenwälder. Een koele, schaduwrijke bosweg leidt naar het dal van de Wadrill. Onderweg verschijnt aan de andere kant van het dal de toren van de Grimburg.
Eenmaal in het dal gaat het langs de helling boven de Wadrill, soms licht omhoog, soms licht omlaag. Later stijgt een steil pad in haarspeldbochten omhoog. Eenmaal daar aangekomen gaat het weer omlaag naar het Gothbachtal. Nadat de beek is overgestoken volgt een langere klim door het bos. Daarna wordt het beekdal verlaten. Tot aan de Nazareth-kapel aan de bosrand boven Wadrill is het niet ver meer. Slechts enkele meters verder staan de eerste huizen van het dorp, dat in 981 voor het eerst werd genoemd als Waderola (haastig water) in een akte van de aartsbisschop van Trier. Op de weg richting Sitzerath staat aan de rand van de weide een zintuigenbank. Het biedt een prachtig uitzicht richting het zuidwesten over de beboste heuvels. Kort voor Sitzerath slingert een weidepad met hoogstamboomgaarden richting doel. Daarbij moeten de Koderbach en Lohbach worden overgestoken.
Het pad is door het Duitse Wandelinstituut beoordeeld met 63 belevingspunten.