De route wordt bijzonder gekenmerkt door beken, rotsen en wildromantische natuurgebieden. De Sollbach en Prims, Kerzenbach en Mottenborn, de Springentalbron, de Heidenborn en vele kleine zijrivieren en bronhorizonten kruisen en begeleiden dit uitzonderlijke wandelpad.
Nadat het laatste huis van Büschfeld is gepasseerd, stijgt het pad steil omhoog.
Tot het uitkijkpunt bij de Kälberfels moeten er verschillende hoogtemeters overwonnen worden.
Het uitzicht door het "Waldfenster" bij de Kälberfels biedt een wijd uitzicht over het dal van de Prims tot aan de bergkammen van het Zwarte Woud.
In het dal van de Sollbach staat het natuurmonument "Vijf Eiken". De vijf, ongeveer 200 jaar oude eiken, groeiden uit een eikenstronk omhoog. Het Sollbachtal vormde tussen 1920 en 1935 de grens tussen het Duitse rijk en het toenmalige "Saargebied", dat in die tijd onder het mandaat van de Volkenbond viel.
Hoe langer je langs de beek wandelt, hoe meer het pad leidt naar totale afzondering. Boven het Sollbachtal staat de "Drei-Kreise-Stein". Daar komen de grenzen van de districten Merzig-Wadern, Saarlouis en St. Wendel samen. Vervolgens gaat het verder omhoog naar het hoogplateau tussen de dorpen Vogelsbüsch en Altland.
In het Primstal gaat het steil omhoog richting natuurreservaat "Junger Hirschkopf". Verschillende bizarre rotsuitsteeksels, bekend als "Waderner Schichten", worden gepasseerd. Over de oude spoorwegbaan leidt het pad langs de Prims terug naar Büschfeld.
De route is door het Duitse Wandelinstituut beoordeeld met 72 ervaringspunten.