Boven de Köhlerhütte bevindt zich de toegang tot het pad. Kort na de start is er de eerste hoogtepunten van de tour: de Züscher Hammer, die al in 1627 in documenten werd vermeld. In de gereconstrueerde smederij, die door waterkracht wordt aangedreven, worden demonstraties gegeven.
Langs de Altbach komt men bij de stuwdam Nonnweiler. Met een inhoud van 20 miljoen kubieke meter water en een oppervlakte van ongeveer 1 vierkante kilometer is de stuwdam het grootste drinkwaterreservoir in Saarland en Rijnland-Palts.
Van het pad langs de oever van het meer gaat het naar het Archeologie- en Keltenpark. Het Keltendorp Otzenhausen aan de voet van de ringwal is omgeven door een verdedigende houten palissade.
De daaropvolgende langere klim leidt gedeeltelijk door een zee van stenen en rotsblokken. Al snel herkent men de uitlopers van de vluchtburg. De ringwal behoort tot de indrukwekkendste prehistorische verdedigingswerken van Europa.
De hoofdmuur was groter dan elke andere verdedigingsmuur van de Kelten in die tijd. Met meer dan 10 meter hoge ingestorte muren en een gemiddelde breedte van 40 meter geeft de wal tot op de dag van vandaag een imposante indruk.
Over de kam van de Dollberg leidt het pad langs oude grensstenen. Op het laatste stuk passeert men onopgemerkt de grens tussen de deelstaten Saarland en Rijnland-Palts.
Het pad is door het Duitse Wandelinstituut beoordeeld met 70 ervaringspunten.