Protestantse Kerk Callbach
Callbach was al vroeg in politieke en kerkelijke zin nauw verbonden met Meisenheim, aangezien het...
Callbach was al vroeg in politieke en kerkelijke zin nauw verbonden met Meisenheim, aangezien het zowel tot het veldenzische (vanaf 1444 palts-tweibrückse) ambt als tot de parochie Meisenheim behoorde. Laatstgenoemde was in 1321 aan de Johanniterorde overgedragen, en het was dan ook niet verwonderlijk dat de bouw van de eerste kapel in Callbach in 1334 te danken was aan een lid van deze broederschap, de uit het dorp afkomstige Konrad, bijgenaamd Roserlup. Dit eerste sakraal gebouw werd in de jaren 1546-1553 vervangen door een tweede, die meer dan 200 jaar heeft gestaan en na 1588 als gereformeerd huis van aanbidding diende. De kapel mocht vanaf 1719 ook door de franciscanen (zoals in alle filialen van Meisenheim) voor de kasualia (doop, huwelijk, begrafenis) worden gebruikt, maar dit zal in de praktijk nauwelijks effect hebben gehad, aangezien het aandeel van de gereformeerden in Callbach in 1757 goed 92% bedroeg. Na een periode van lange bouwvalligheid werd deze tweede kapel in 1776 afgebroken. Het vereiste een verzoek van alle 30 gereformeerde hoofden van gezinnen aan hertog Carl August om de autoriteiten in Zweibrücken te bewegen tot een snelle aanpak van de nieuwbouw, die uiteindelijk drie jaar na de afbraak van de voorganger kon beginnen. Het plan voor de in de jaren 1779-1782 gebouwde kerk was van de palts-tweibrückse hofarchitect Friedrich Gerhard Wahl (1747-1826), een meester van de vroege classicisme, die echter bij een inspectie in 1782 moest vaststellen dat de metselaar zich geenszins nauwgezet aan zijn richtlijnen had gehouden. In ieder geval hadden de Callbachers nu weer een kerk, waarin echter pas vanaf 1788 regelmatig diensten werden gehouden. De bestuursreform als gevolg van de Franse Revolutie in 1798 vernietigde de eeuwenoude banden met Meisenheim. Na frequente wisselingen van lidmaatschap kreeg de sinds 1818 verenigde gemeente pas in 1953 met de verheffing tot parochie een vast religieus centrum. De kerk is een kleine rechthoekige zaalkerk met hoeklisenen en drie assen. In de afgelopen jaren is ze grondig van binnen en van buiten gerenoveerd. Het kerkinterieur betreedt men via een windvang; de vloer is met stenen platen bedekt. Bij de binnenrenovatie is de ruimte voor de diensten door een moderne, maar zich aan de heersende stijl aanpassende schuifwand met een derde verkleind. De daardoor ontstane voorruimte - aangevuld met een keuken en sanitaire voorzieningen onder de licht gewijzigde galerij - wordt voor het gemeenschapsleven buiten de diensten gebruikt, maar kan door de variabiliteit van de scheidingswand op elk moment weer in de eigenlijke kerkruimte worden betrokken. De in late rococo-vormen gehouden inrichting stamt uit de bouwtijd. Oorspronkelijk waren de banken op de middel van de ooit aan de zuidelijke lange zijde aangebrachte kansel gericht. Nu bevindt de kansel zich aan de kopzijde van de kerk; het daar oorspronkelijk hangende grote schilderij, dat het avondmaal toont dat Christus op de avond voor zijn kruisiging met zijn leerlingen had genuttigd, is nu aan de noordelijke lange zijde tussen twee ramen aangebracht. De op een uniforme lengte gesneden, met een brede zitting en verwarming uitgeruste, verder echter volkomen originele banken zijn nu - door een middenpad onderbroken - licht gekanteld naar de kansel gericht. Voor de kansel staan het nu in grootte verdubbelde eenvoudige houten altaar en een nieuwe doopvont. De kansel met baldakijn, het altaar, de banken en de daarbij behorende ornamenten zijn in de kleuren crème, ivoor, blauw en goud geschilderd. Deze houten inrichting stamt volgens kunsthistoricus Dr. Meinhold Lurz uit de bekende Schmidt-werkplaats uit Meisenheim, namelijk van Georg Philipp Schmidt (1740-1816). Drie van de zes rechthoekige ramen zijn licht getint en in lood gevat. De rechter drie ramen zijn glas-in-loodramen en ook in lood gevat. In twee ramen zijn de namen van de gesneuvelden van beide wereldoorlogen te lezen. In het middelste raam is een Christusfiguur met de wereldbol in de hand geschilderd. Van het plafond hangen twee kroonluchters naar beneden. Er wordt gerapporteerd dat in de jaren 1546/47 de toren met klokkenstoel werd gebouwd, daarom stamt de eerste klok vermoedelijk ook uit deze tijd. Tijdens de Pfälzische Successieoorlog werd de klok in 1694 door rovers gestolen. Het lukte echter om de rovers het grootste deel van het erts weer af te nemen. De poging om daaruit een nieuwe klok te gieten mislukte echter, en de klokkenkroon moest door een ijzeren worden vervangen. In 1732 werd een nieuwe klok gegoten. De familie Bernhard schonk in 1921 ter nagedachtenis aan hun in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde zoon Ernst een tweede kleinere klok. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd deze afgevoerd, maar in 1951 weer gemonteerd en vormt nu samen met een gelijktijdig aangeschafte - in 1935 gegoten - klok het carillon. Het op de galerij staande orgel werd in 1961 door orgelbouwer Werner Owart uit Ludwigshafen vervaardigd. Het is een eenmanualig orgel met drie registers. Bij de liefdevol uitgevoerde renovatie lukte het om de moeilijke balans te vinden tussen het behoud van de originaliteit en de moderne eisen van een kerkgemeente. Overtuig uzelf!
Categorieën
Openingstijden
Maandag: 00:00 - 23:59 uurDinsdag: 00:00 - 23:59 uur
Woensdag: 00:00 - 23:59 uur
Donderdag: 00:00 - 23:59 uur
Vrijdag: 00:00 - 23:59 uur
Zaterdag: 00:00 - 23:59 uur
Zondag: 00:00 - 23:59 uur
Adres
Kirchstraße
Callbach
(DE)
Coördinaten
Lat: 49,704166
Long: 7,700214